Onze Voorrangsregels

Basisregel

We geven voorrang aan gezinnen waarvoor kinderopvang noodzakelijk is om te werken of om een opleiding met het oog op werk te volgen.

In het kader van voormelde voorrang geven wij als organisator absolute voorrang, bij een gelijktijdige aanvraag aan:

  1. Broertjes of zusjes die tegelijkertijd naar dezelfde kinderopvang gaan
  2. Gezinnen die in totaliteit gemiddeld minstens:
  • 4/5 werken
  • Een 4/5 dagopleiding volgen met het oog op werk
  • 4/5 combinatie van werken en dagopleiding volgen met het oog op werk.
  1. Pleegkinderen

 

Wat verstaan we onder in totaliteit 4/5de ?

In een twee-oudergezin moeten beide ouders minstens 4/5de werken of een 4/5de dagopleiding volgen. Het volstaat niet dat één van beide ouders aan het criterium voldoet.

In een twee-oudergezin wordt gekeken naar de gemiddelde tewerkstellingsbreuk. Bijvoorbeeld: als de ene ouder voltijds werkt en de andere minstens 3/5de , voldoet het gezin aan de voorwaarde “in totaliteit gemiddeld 4/5de aan het werk”.

Wijs je dus vrije plaatsen toe?

Zorg dat je deze voorrangsregels steeds als eerste aanbiedt aan de aanvragen die aan bijgevoegde basisregels voldoen.

Wat verstaan we onder 4/5de dagopleiding met het oog op het werk?

  1. Een intensief traject naar werk
  2. Een intensief inburgeringstraject
  3. Een intensieve opleiding die leidt tot een onderwijskwalificatie

Het intensief traject naar werk kan ruim opgevat worden: elke scholing of begeleiding die gericht is op vaardigheden die nodig zijn in het kader van werk of het zoeken naar werk komt in aanmerking.

Welke bewijsstukken zijn nodig?

Elke ouder tekent een “optieblad kinderopvangplaats” + “verklaring op eer” op het moment van de aanvraag. De verklaring gaat over de situatie van het gezin op het moment dat de aanvraag wordt gedaan. Wijzigingen in de gezinssituatie in de loop van de opvangloopbaan hebben geen impact.

De controle op deze verklaringen zal gebeuren door Opgroeien.

De organisator is verplicht om de ouders correct te informeren over de voorrangsregels, maar moet niet instaan voor de controle. De organisator moet wel de verklaring op eer kunnen voorleggen indien Opgroeien deze opvraagt.

Het gezin moet op vraag, kunnen aantonen dat hun effectieve situatie in overeenstemming is met hun verklaring op eer. Dit kan op basis van één of meer van volgende attesten:

  1. Een kopie van het arbeidscontract of een attest van de werkgever of een uitreksel uit de kruispuntbank voor ondernemingen; bij minstens 4/5 werken.
  2. Een attest van een arbeidsbemiddelingsdienst of opleidingsinstantie; (bij intensief traject naar werk of intensieve opleiding die leidt naar onderwijskwalificatie)
  1. Een inburgeringscontract (bij intensief inburgeringstraject)
  2. Een attest van gezinssamenstelling (bij broertjes of zusjes)
  3. Een attest van een pleegzorgorganisatie
  4. Indien van toepassing een uitspraak van de rechtbank over de verblijfsregeling van de kinderen.

Afwijkingen

We mogen afwijken van de voorrang voor maximaal 10% van alle kinderen op jaarbasis die opgevangen worden in de kinderopvanglocatie. De afwijking is enkel mogelijk in het belang van het kind of door een gezondheids- of welzijnssituatie in het gezin.

Bv. een kind uit een gezin waarbij een uithuisplaatsing dreigt of een kind waarvan de moeder of vader ernstig ziek is en niet werkt.

Voor deze afwijking van de voorrang is er “advies van een instantie die werkt met gezinnen” noodzakelijk. Hieronder verstaan we een brede groep van organisaties die met gezinnen samenwerken. Denk hierbij aan:

  1. De lokale loketten kinderopvang
  2. Organisaties die werken binnen de preventieve gezinsondersteuning (vb. lokaal team kind en gezin, Huis van het kind, CKG)
  3. Hulpverleningsaanbieders (bv. OCMW, CKG, CAW)
  4. Trajectondersteuners uit de domeinen Werk en Integratie en inburgering.